Boek: 3 Johannes


001
001:001De oudste aan de geliefde Gajus, die ik in waarheid liefheb.
001:002Geliefde, ik bid, dat het u in alles wel ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wel gaat.
001:003Want het heeft mij zeer verblijd, als er broeders kwamen en van uw waarheid een goed getuigenis gaven, zoals gij dan ook in de waarheid wandelt.
001:004Groter blijdschap ken ik niet, dan dat ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen.
001:005Geliefde, gij handelt trouw in alles wat gij aan de broeders doet, en dat nog wel aan vreemdelingen,
001:006Die in tegenwoordigheid der gemeente getuigd hebben van uw liefde; indien gij hen voorthelpt, gelijk het Gode waardig is, zult gij wel doen;
001:007Want zij zijn uitgegaan ter wille van de Naam, zonder iets van de heidenen aan te nemen.
001:008Wij behoren dus zulke mannen te ontvangen, opdat wij mogen samenwerken voor de waarheid.
001:009Ik heb aan de gemeente een en ander geschreven; maar Diotrefes, die onder hen de eerste tracht te zijn, ontvangt ons niet.
001:010Daarom zal ik, als ik kom, herinneren aan zijn werken, die hij doet, daar hij met boze woorden tegen ons zwetst; en hiermede nog niet voldaan, ontvangt hij zelf de broeders niet en weerhoudt ook hen, die het wel willen doen, en hij werpt hen uit de gemeente.
001:011Geliefde, volg het kwade niet na, maar het goede. Wie goed doet, is uit God, [maar] wie kwaad doet, heeft God niet gezien.
001:012Van Demetrius is een goed getuigenis gegeven door allen en door de waarheid zelf; en ook wij geven een goed getuigenis en gij weet, dat ons getuigenis waar is.
001:013Ik had veel aan u te schrijven, doch ik wil u niet schrijven met inkt en pen;
001:014Maar ik hoop u spoedig te zien; dan zullen wij van mond tot mond spreken.
001:015Vrede zij u! De vrienden groeten u. Groet de vrienden bij name.

001