Boek: 1 Petrus


001 002 003 004 005
005:001De oudsten onder u vermaan ik dan als medeoudste en getuige van het lijden van Christus, die ook een deelgenoot ben van de heerlijkheid, welke zal geopenbaard worden:
005:002Hoedt de kudde Gods, die bij u is, niet gedwongen, maar uit vrije beweging, naar de wil van God, niet uit schandelijke winzucht, maar uit bereidwilligheid,
005:003Niet als heerschappij voerend over hetgeen u ten deel gevallen is, maar als voorbeelden der kudde.
005:004En wanneer de opperherder verschijnt, zult gij de onverwelkelijke krans der heerlijkheid verwerven.
005:005Evenzo gij, jongeren, onderwerpt u aan de oudsten. Omgordt u allen jegens elkander met nederigheid, want God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.
005:006Vernedert u dan onder de machtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd.
005:007Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.
005:008Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.
005:009Wederstaat hem, vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten.
005:010Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten.
005:011Hem zij de kracht in alle eeuwigheid! Amen.
005:012Door Silvanus, die, naar ik meen, voor u een betrouwbaar broeder is, heb ik in het kort geschreven om u te bemoedigen en te betuigen, dat dit de ware genade van God is; daarin moet gij vaststaan.
005:013U laat de medeuitverkorene te Babylon groeten, en mijn zoon Marcus.
005:014Groet elkander met de kus der liefde. Vrede zij u allen, die in Christus zijt.

001 002 003 004 005