| 005:001 | De oudsten onder u vermaan ik dan als medeoudste en getuige van het lijden van Christus, die ook een deelgenoot ben van de heerlijkheid, welke zal geopenbaard worden: |
| 005:002 | Hoedt de kudde Gods, die bij u is, niet gedwongen, maar uit vrije beweging, naar de wil van God, niet uit schandelijke winzucht, maar uit bereidwilligheid, |
| 005:003 | Niet als heerschappij voerend over hetgeen u ten deel gevallen is, maar als voorbeelden der kudde. |
| 005:004 | En wanneer de opperherder verschijnt, zult gij de onverwelkelijke krans der heerlijkheid verwerven. |
| 005:005 | Evenzo gij, jongeren, onderwerpt u aan de oudsten. Omgordt u allen jegens elkander met nederigheid, want God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade. |
| 005:006 | Vernedert u dan onder de machtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd. |
| 005:007 | Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. |
| 005:008 | Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. |
| 005:009 | Wederstaat hem, vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten. |
| 005:010 | Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. |
| 005:011 | Hem zij de kracht in alle eeuwigheid! Amen. |
| 005:012 | Door Silvanus, die, naar ik meen, voor u een betrouwbaar broeder is, heb ik in het kort geschreven om u te bemoedigen en te betuigen, dat dit de ware genade van God is; daarin moet gij vaststaan. |
| 005:013 | U laat de medeuitverkorene te Babylon groeten, en mijn zoon Marcus. |
| 005:014 | Groet elkander met de kus der liefde. Vrede zij u allen, die in Christus zijt. |