| 013:001 | Laat de broederlijke liefde blijven. |
| 013:002 | Vergeet de herbergzaamheid niet, want daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen geherbergd. |
| 013:003 | Denkt aan de gevangenen, alsof gij met hen gevangen waart; aan hen, die mishandeld worden, als [mensen], die ook zelf een lichaam hebt. |
| 013:004 | Het huwelijk zij in ere bij allen en het bed onbezoedeld, want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen. |
| 013:005 | Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, weest tevreden met wat gij hebt. Want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. |
| 013:006 | Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen? |
| 013:007 | Houdt uw voorgangers in gedachtenis, die het woord Gods tot u hebben gesproken; let op het einde van hun wandel en volgt hun geloof na. |
| 013:008 | Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid. |
| 013:009 | Laat u niet medeslepen door allerlei vreemde leringen; want het is goed, dat het hart zijn vastheid vindt in genade en niet in spijzen: wie het hierin zochten, hebben er geen baat bij gevonden. |
| 013:010 | Wij hebben een altaar, waarvan zij, die de dienst voor de tabernakel verrichten, niet mogen eten. |
| 013:011 | Want van de dieren, waarvan het bloed als zondoffer door de hogepriester in het heiligdom werd gebracht, werd het lichaam buiten de legerplaats verbrand. |
| 013:012 | Daarom heeft ook Jezus, ten einde zijn volk door zijn eigen bloed te heiligen, buiten de poort geleden. |
| 013:013 | Laten wij derhalve tot Hem uitgaan buiten de legerplaats en zijn smaad dragen. |
| 013:014 | Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige. |
| 013:015 | Laten wij dan door Hem Gode voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht onzer lippen, die zijn naam belijden. |
| 013:016 | En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet, want in zulke offers heeft God een welgevallen. |
| 013:017 | Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u [aan] [hen], want zij zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen. Laten zij het met vreugde kunnen doen en niet al zuchtende, want dat zou u geen nut doen. |
| 013:018 | Bidt voor ons, want wij vertrouwen, dat wij een goed geweten hebben, daar wij in alle opzichten de rechte weg willen gaan. |
| 013:019 | Met des te meer nadruk vermaan ik [u] dit te doen, opdat ik u te eerder teruggegeven moge worden. |
| 013:020 | De God nu des vredes, die onze Here Jezus, de grote herder der schapen door het bloed van een eeuwig verbond heeft teruggebracht uit de doden, |
| 013:021 | Bevestige u in alle goed, om zijn wil te doen, terwijl Hij aan ons doe, wat in zijn ogen welbehagelijk is door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid Amen. |
| 013:022 | Ik vermaan u, broeders, houdt mij dit woord van vermaning ten goede, want ik schrijf u maar kort. |
| 013:023 | Weet, dat onze broeder Timoteus in vrijheid gesteld is; als hij spoedig komt, zal ik met hem u bezoeken. |
| 013:024 | Groet al uw voorgangers en al de heiligen. De broeders uit Italie laten u groeten. |