Boek: Filemon


001
001:001Paulus, een gevangene van Christus Jezus, en Timoteus, de broeder, aan de geliefde Filemon, onze medearbeider,
001:002Aan Apfia, de zuster, aan Archippus, onze medestrijder, en aan de gemeente te uwen huize:
001:003Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.
001:004Ik dank mijn God te allen tijde, als ik u in mijn gebeden gedenk,
001:005Daar ik hoor van uw liefde en van uw trouw, die gij hebt jegens de Here Jezus en al de heiligen,
001:006(Biddende), dat uw gemeenschap in het geloof zich werkzaam tone in een grondig kennen van al het goede, dat in ons naar Christus uitgaat.
001:007Want ik heb veel vreugde en troost genoten in uw liefde, omdat het hart der heiligen door u verkwikt is, broeder.
001:008Daarom, al zou ik volle vrijmoedigheid in Christus hebben om u te gelasten wat betaamt,
001:009Toch geef ik ter wille van de liefde de voorkeur aan een verzoek. Nu het zo met mij is, dat ik, Paulus, een oud man ben, thans bovendien een gevangene van Christus Jezus,
001:010Kom ik u een verzoek doen voor mijn kind, dat ik in mijn gevangenschap verwekt heb, Onesimus,
001:011Die vroeger onbruikbaar voor u was, maar nu zeer bruikbaar is, zowel voor u als voor mij.
001:012En ik zend hem, dat wil zeggen mijn hart, aan u terug.
001:013Ik voor mij had hem wel bij mij willen houden, opdat hij mij namens u zou dienen in mijn gevangenschap ter wille van het evangelie,
001:014Maar ik heb niets buiten uw voorkennis willen doen, opdat wat goeds gij doet, niet uit dwang, maar vrijwillig zij.
001:015Want hij is misschien wel daarom een tijdlang weg geweest, opdat gij hem voorgoed zoudt terughebben,
001:016Nu niet meer als slaaf, maar als meer dan slaaf, als een geliefde broeder, in hoge mate voor mij, hoeveel te meer dan voor u, zowel in het vlees als in de Here.
001:017Indien gij u dus met mij verbonden weet, neem hem dan op, zoals gij het mij zoudt doen.
001:018En, mocht hij u schade berokkend hebben of iets schuldig zijn, breng dat mij in rekening.
001:019Ik, Paulus, schrijf het eigenhandig; ik zal het betalen, om niet te zeggen, dat gij mij nog meer schuldig zijt: uzelf!
001:020Ja, broeder, laat mij dit voordeel van u hebben in de Here, verkwik mijn gemoed, in Christus.
001:021Ik schrijf u in het goede vertrouwen, dat gij mij gehoor zult geven. Immers ik weet, dat gij zelfs meer zult doen dan ik zeg.
001:022Maak tevens ook huisvesting voor mij gereed, want ik hoop, dank zij uw gebeden, u te worden teruggegeven.
001:023Epafras, mijn medegevangene in Christus Jezus, laat u groeten, en Marcus,
001:024Aristarchus, Demas en Lucas, mijn medearbeiders.
001:025De genade van de Here Jezus Christus zij met u ieder geest.

001