Boek: 1 Thessaloniker


001 002 003 004 005
005:001Maar over de tijden en gelegenheden, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt:
005:002Immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zo komt, als een dief in de nacht.
005:003Terwijl zij zeggen: het is [alles] vrede en rust, overkomt hun, als de weeen een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen.
005:004Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou:
005:005Want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe;
005:006Laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en nuchter zijn.
005:007Want die slapen, slapen des nachts en die zich bedrinken, zijn des nachts dronken,
005:008Maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van geloof en liefde en met de helm van de hoop der zaligheid;
005:009Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Here Jezus Christus,
005:010Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, tezamen met Hem zouden leven.
005:011Vermaant daarom elkander en bouwt elkander op, gelijk gij dit ook doet.
005:012Wij verzoeken u, broeders, hen, die onder u zich moeite getroosten, die u leiden in de Here en u terechtwijzen, te erkennen,
005:013En hen zeer hoog te schatten in liefde, om hun werk. Houdt vrede onder elkander.
005:014Wij vermanen u, broeders, wijst de ongeregelden terecht, beurt de kleinmoedigen op, komt op voor de zwakken, hebt geduld met allen.
005:015Ziet toe, dat niemand kwaad met kwaad vergelde, maar jaagt te allen tijde het goede na, jegens elkander en jegens allen.
005:016Verblijdt u te allen tijde,
005:017Bidt zonder ophouden,
005:018Dankt onder alles, want dat is de wil Gods in Christus Jezus ten opzichte van u.
005:019Dooft de Geest niet uit,
005:020Veracht de profetieen niet,
005:021Maar toetst alles en behoudt het goede.
005:022Onthoudt u van alle soort van kwaad.
005:023En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te blijven.
005:024Die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen.
005:025Broeders, bidt ook voor ons.
005:026Groet al de broeders met een heilige kus.
005:027Ik bezweer u bij de Here, dat deze brief aan alle broeders voorgelezen worde.
005:028De genade van onze Here Jezus Christus zij met u.

001 002 003 004 005