| 004:001 | Heren, betracht jegens uw slaven recht en billijkheid; gij weet toch, dat ook gij een heer in de hemel hebt. |
| 004:002 | Volhardt in het gebed, weest daarbij waakzaam en dankt |
| 004:003 | En bidt tevens voor ons, dat God een deur voor ons woord opene, om te spreken van het geheimenis van Christus, ter wille waarvan ik ook gevangen zit. |
| 004:004 | Dan zal ik het zo in het licht stellen, als ik het behoor te spreken. |
| 004:005 | Gedraagt u als wijzen ten opzichte van hen die buiten staan, maakt u de gelegenheid ten nutte. |
| 004:006 | Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; gij moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven. |
| 004:007 | Van al mijn omstandigheden zal Tychikus, mijn geliefde broeder en getrouwe dienaar en mededienstknecht in de Here, u op de hoogte brengen. |
| 004:008 | Ik heb hem juist daarom tot u gezonden, dat gij zoudt vernemen, hoe het met ons staat en dat hij uw hart vertrooste, |
| 004:009 | Samen met Onesimus, mijn getrouwe en geliefde broeder, die een der uwen is. Zij zullen u van alle omstandigheden hier op de hoogte brengen. |
| 004:010 | Aristarchus, mijn medegevangene, laat u groeten, en Marcus, de neef van Barnabas (over hem hebt gij opdracht gekregen; ontvangt hem, indien hij bij u mocht komen) |
| 004:011 | En Jezus genaamd Justus, de enigen uit de besnedenen, die mijn medewerkers zijn voor het Koninkrijk Gods, en die mij dan ook tot troost zijn geweest. |
| 004:012 | Epafras laat u groeten, die een der uwen is, een dienstknecht van Christus Jezus, altijd in zijn gebeden voor u worstelende, dat gij moogt staan, volmaakt en verzekerd bij alles wat God wil. |
| 004:013 | Want ik kan van hem getuigen, dat hij zich vele moeite heeft gegeven voor u en voor hen, die te Laodicea en te Hierapolis zijn. |
| 004:014 | De geliefde geneesheer Lucas en ook Demas laten u groeten. |
| 004:015 | Groet de broeders te Laodicea; ook Nymfa met de gemeente bij haar aan huis. |
| 004:016 | En wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorgt dan, dat hij ook in de gemeente te Laodicea voorgelezen wordt en dat ook gij die van Laodicea u laat voorlezen. |
| 004:017 | En zegt tot Archippus: Zorg dat gij de bediening, die gij in de Here aanvaard hebt, ook vervult. |
| 004:018 | Een eigenhandige groet van mij, Paulus. Gedenkt mijn gevangenschap. De genade zij met u. |