Boek: Efeziers


001 002 003 004 005 006
006:001Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam in de Here, want dat is recht.
006:002Eer uw vader en uw moeder (dit is immers het eerste gebod, met een belofte)
006:003Opdat het u welga en gij lang leeft op aarde.
006:004En gij, Vaders, verbittert uw kinderen niet, maar voedt hen op in de tucht en in de terechtwijzing des Heren.
006:005Slaven, weest uw heren naar het vlees gehoorzaam met vreze en beven, in eenvoud uws harten, als aan Christus,
006:006Niet met ogendienst, als mensenbehagers, maar door als slaven van Christus de wil Gods van harte te doen,
006:007En bereidwillig dienstbaar te zijn als aan de Here en niet aan mensen.
006:008Gij weet immers, dat een ieder, hetzij slaaf, hetzij vrije, al het goede, dat hij gedaan heeft, van de Here zal terugontvangen.
006:009En gij, heren, handelt evenzo jegens hen; laat het dreigen na. Gij weet immers, dat hun en uw Heer in de hemelen is, en bij Hem is geen aanzien des persoons.
006:010Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht.
006:011Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels;
006:012Want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.
006:013Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.
006:014Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid,
006:015De voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes;
006:016Neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven;
006:017En neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes, dat is het woord van God.
006:018En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen;
006:019Ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken,
006:020Waarvoor ik een gezant ben in ketenen. Dan zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals ik behoor te spreken.
006:021Opdat ook gij van mij moogt weten, hoe het mij gaat, zal Tychikus, mijn geliefde broeder en getrouwe dienaar in de Here, u alles bekendmaken.
006:022Met dit doel heb ik hem tot u gezonden, dat gij onze omstandigheden zoudt weten en hij uw harten zou vertroosten.
006:023Vrede zij de broeders en liefde met geloof, van God, de Vader, en van de Here Jezus Christus.
006:024De genade zij met allen, die onze Here Jezus Christus onvergankelijk liefhebben.

001 002 003 004 005 006