Boek: 1 Korinthiers


001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016
016:001Wat nu de inzameling voor de heiligen betreft, doet ook gij, evenals ik het in de gemeenten van Galatie geregeld heb:
016:002Elke eerste dag der week legge ieder uwer naar vermogen thuis iets weg, en hij spare dit op, opdat er niet eerst na mijn komst inzamelingen moeten gehouden worden.
016:003Wanneer ik dan aangekomen ben, zal ik hen, die gij daarvoor geschikt acht, met brieven zenden om uw liefdegave te Jeruzalem af te dragen.
016:004Mocht het echter van belang zijn, dat ik ook de reis maak, dan zullen zij met mij reizen.
016:005En ik zal tot u komen, wanneer ik Macedonie doorgereisd ben, want ik zal de reis door Macedonie doen,
016:006Maar dan zal ik mij mogelijk bij u langer ophouden, misschien wel de winter doorbrengen, zodat gij mij kunt voorthelpen, wanneer ik verder reis.
016:007Want ik wil u thans niet in het voorbijgaan bezoeken, want ik hoop enige tijd bij u te blijven, als de Here het toestaat.
016:008Maar ik zal nog tot Pinksteren te Efeze blijven;
016:009Want mij is een grote en machtige deur geopend en er zijn vele tegenstanders.
016:010Wanneer Timoteus komt, zorgt er dan voor, dat hij bij u niet afgeschrikt wordt, want hij doet het werk des Heren evenals ik;
016:011Laat niemand hem dan geringschatten. Maar helpt hem voort in vrede, opdat hij tot mij komen kan, want ik wacht op hem met de broeders.
016:012En wat broeder Apollos aangaat, hem heb ik herhaaldelijk verzocht met de broeders tot u te gaan, doch hij wenste bepaald niet nu te gaan, maar hij zal gaan, zodra het hem gelegen komt.
016:013Blijft waakzaam, staat in het geloof, weest manlijk, weest sterk!
016:014Laat alles bij u in liefde toegaan.
016:015Nog een verzoek, broeders: gij weet van het huis van Stefanas, dat het een eersteling van Achaje is en dat zij zich ten dienste van de heiligen gesteld hebben.
016:016Stelt u dan ook onder zulke mensen, en onder ieder, die medewerkt en arbeidt.
016:017Ik verblijd mij over de komst van Stefanas, Fortunatus en Achaikus, want hetgeen van uw kant nog ontbrak, hebben dezen aangevuld;
016:018Want zij hebben mijn geest en de uwe verkwikt. Erkent dan zulke mensen.
016:019U groeten de gemeenten van Asia. Vele groeten in de Here van Aquila en Prisca en van de gemeente bij hen aan huis.
016:020U groeten al de broeders. Groet elkander met de heilige kus.
016:021Een eigenhandige groet van mij, Paulus.
016:022Indien iemand de Here niet liefheeft, hij zij vervloekt. Maranata!
016:023De genade van de Here Jezus zij met u.
016:024Mijn liefde is met u allen in Christus Jezus.

001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016