Boek: Romeinen


001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016
016:001Ik beveel Febe, onze zuster, tevens dienares der gemeente te Kenchreeen, bij u aan,
016:002Dat gij haar ontvangt in de Here op een wijze, de heiligen waardig, en haar bijstaat, indien zij u in het een of ander mocht nodig hebben. Want zij zelf heeft velen, ook mij persoonlijk, bijstand verleend.
016:003Groet Prisca en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus,
016:004Mensen, die voor mijn leven hun hals gewaagd hebben. Niet ik alleen ben hun dankbaar, maar ook al de heidengemeenten.
016:005Groet insgelijks de gemeente bij hen aan huis. Groet mijn geliefde Epenetus de eersteling voor Christus uit Asia.
016:006Groet Maria, iemand, die zich veel moeite voor u heeft gegeven.
016:007Groet Andronikus en Junias, mijn stamgenoten en medegevangenen, mannen onder de apostelen in aanzien, die reeds voor mij in Christus geweest zijn.
016:008Groet Ampliatus, mijn geliefde in de Here.
016:009Groet Urbanus, onze medewerker in Christus, en mijn geliefde Stachys.
016:010Groet Apelles, die in Christus beproefd gebleken is. Groet hen, die behoren tot de kring van Aristobulus.
016:011Groet mijn stamgenoot Herodion. Groet hen, die behoren tot de kring van Narcissus, die in de Here zijn.
016:012Groet Tryfena en Tryfosa, vrouwen, die zich moeite gegeven hebben in de Here. Groet de geliefde Persis, die zich veel moeite gegeven heeft in de Here.
016:013Groet Rufus, de uitverkorene in de Here, met zijn moeder, die ook voor mij een moeder is.
016:014Groet Asynkritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas, en de broeders bij hen.
016:015Groet Filologus, en Julia, Nereus met zijn zuster, en Olympas, benevens al de heiligen, die bij hen zijn.
016:016Groet elkander met de heilige kus. U groeten al de gemeenten van Christus.
016:017Maar ik vermaan u, broeders, dat gij hen in het oog houdt, die, in afwijking van het onderwijs, dat gij hebt ontvangen, de onenigheden en de verleidingen veroorzaken, en mijdt hen.
016:018Want zulke lieden dienen niet onze Here Christus, maar hun eigen buik, en misleiden door hun schoonklinkende en vrome taal de harten der argelozen.
016:019Want uw gehoorzaamheid is bij allen bekend geworden. Over u verblijd ik mij dus, doch ik wil, dat gij niet alleen wijs zijt tot het goede, maar ook onbesmet van het kwade.
016:020De God nu des vredes zal weldra de satan onder uw voeten vertreden. De genade van onze Here Jezus zij met u!
016:021Mijn medearbeider Timoteus en mijn stamgenoten Lucius, Jason en Sosipater, groeten u.
016:022Ik, Tertius, die de brief op schrift gebracht heb, groet u in de Here.
016:023Gajus, wiens gastvrijheid ik en de gehele gemeente genieten, laat u groeten. U groet Erastus, de stadsrentmeester, en Quartus, de broeder.
016:024[De] [genade] [van] [onze] [Here] [Jezus] [Christus] [zij] [met] [u] [allen]. [Amen].
016:025Hem nu, die bij machte is u te versterken (naar mijn evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van het geheimenis, eeuwenlang verzwegen,
016:026Maar thans geopenbaard en door profetische schriften volgens bevel van de eeuwige God tot bewerking van gehoorzaamheid des geloofs bekendgemaakt onder alle volken)
016:027Hem, de alleen wijze God, zij, door Jezus Christus, de heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen.

001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016