| 008:001 | Nadat Hij nu van de berg was afgedaald, volgden Hem vele scharen. |
| 008:002 | En zie, een melaatse kwam tot Hem en viel voor Hem neder, zeggende: Here, indien Gij wilt, kunt Gij mij reinigen. |
| 008:003 | En Hij strekte de hand uit en raakte hem aan en zeide: Ik wil het, word rein. En terstond werd hij rein van zijn melaatsheid. |
| 008:004 | En Jezus zeide tot hem: Zie toe, dat gij het aan niemand zegt, maar ga heen, toon u aan de priester en offer de gave, die Mozes heeft voorgeschreven, hun tot een getuigenis. |
| 008:005 | Toen Hij nu Kafarnaum binnenging, kwam een hoofdman tot Hem met een bede, |
| 008:006 | En zeide: Here, mijn knecht ligt thuis, verlamd, met hevige pijn. |
| 008:007 | Hij zeide tot hem: Zal Ik komen en hem genezen? |
| 008:008 | Doch de hoofdman antwoordde en zeide: Here, ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn knecht zal herstellen. |
| 008:009 | Want ik ben zelf een ondergeschikte met soldaten onder mij, en ik zeg tot de een: Ga heen, en hij gaat heen, en tot een ander: Kom, en hij komt, en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het. |
| 008:010 | Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich en zeide tot hen, die Hem volgden: Voorwaar, zeg Ik u, bij niemand in Israel heb Ik een zo groot geloof gevonden! |
| 008:011 | Ik zeg u, dat er velen zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Isaak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen; |
| 008:012 | Maar de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. |
| 008:013 | En Jezus zeide tot de hoofdman: Ga heen, u geschiede naar uw geloof. En de knecht genas, juist op dat uur. |
| 008:014 | En Jezus kwam in het huis van Petrus en zag diens schoonmoeder met koorts te bed liggen. |
| 008:015 | En Hij vatte haar hand en de koorts verliet haar, en zij stond op en diende Hem. |
| 008:016 | Toen het nu avond werd, bracht men vele bezetenen tot Hem; en Hij dreef de geesten uit met zijn woord en die ernstig ongesteld waren genas Hij allen, |
| 008:017 | Opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken werd door de profeet Jesaja, toen hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen. |
| 008:018 | Toen Jezus een schare rondom Zich zag, beval Hij te vertrekken naar de overkant. |
| 008:019 | En er kwam een schriftgeleerde tot Hem en zeide: Meester, ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat. |
| 008:020 | En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen. |
| 008:021 | Een ander echter, een van zijn discipelen, zeide tot Hem: Here, sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven. |
| 008:022 | Maar Jezus zeide tot hem: Volg mij en laat de doden hun doden begraven. |
| 008:023 | En toen Hij in het schip ging, volgden zijn discipelen Hem. |
| 008:024 | En zie, er kwam een grote onstuimigheid op de zee, zodat de golven over het schip sloegen; maar Hij sliep. |
| 008:025 | En zij kwamen en maakten Hem wakker en zeiden: Here, help ons, wij vergaan! |
| 008:026 | En Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en het werd volkomen stil. |
| 008:027 | En de mensen verwonderden zich en zeiden: Wat voor iemand is deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn? |
| 008:028 | Nadat Hij aan de overkant in het land der Gadarenen was gekomen, kwamen Hem twee bezetenen uit de grafsteden tegemoet, zeer gevaarlijke, zodat niemand langs die weg kon voorbijgaan. |
| 008:029 | En zie, zij schreeuwden, zeggende: Wat hebt Gij met ons te maken, Zoon van God? Zijt Gij hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen? |
| 008:030 | Nu werd er ver van hen een grote kudde zwijnen gehoed. |
| 008:031 | De boze geesten smeekten Hem en zeiden: Indien Gij ons uitdrijft, laat ons dan in de kudde zwijnen varen. |
| 008:032 | En Hij zeide tot hen: Gaat heen! Zij voeren uit en gingen in de zwijnen; en zie, de gehele kudde stormde langs de helling de zee in en zij kwamen om in het water. |
| 008:033 | En de hoeders namen de vlucht en kwamen in de stad en berichtten alles, ook van de bezetenen. |
| 008:034 | En zie, de gehele stad liep uit, Jezus tegemoet, en toen zij Hem zagen, drongen zij er bij Hem op aan hun gebied te verlaten. |