Boek: Richteren


001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021
021:001De mannen van Israel nu hadden te Mispa gezworen: Niemand van ons zal zijn dochter aan een Benjaminiet tot vrouw geven.
021:002Toen dan het volk te Betel gekomen was en daar tot de avond voor Gods aangezicht bleef, verhieven zij hun stem, weenden luid,
021:003En zeiden: Waarom, Here, God van Israel, is dit in Israel geschied, dat er thans een stam uit Israel gemist wordt?
021:004De volgende morgen, in de vroegte, bouwde het volk daar een altaar en bracht brandoffers en vredeoffers.
021:005En de Israelieten zeiden: Wie uit alle stammen van Israel is niet in de gemeente opgekomen naar de Here? Zij hadden namelijk een dure eed afgelegd tegen wie niet zou opkomen naar de Here te Mispa, luidende: Hij zal stellig ter dood gebracht worden.
021:006De Israelieten hadden echter medelijden met hun broeder Benjamin en zeiden: Heden is er een stam van Israel afgesneden;
021:007Hoe kunnen wij aan hen die overgebleven zijn, vrouwen verschaffen, nu wij bij de Here gezworen hebben om hun geen van onze dochters tot vrouw te geven?
021:008Daarom zeiden zij: Is er een uit de stammen van Israel, die niet naar de Here te Mispa is opgekomen? Toen bleek, dat er uit Jabes in Gilead niemand naar de legerplaats tot de gemeente was gekomen.
021:009Men stelde een onderzoek in onder het volk, en zie, er was daar niemand uit de inwoners van Jabes in Gilead.
021:010Toen zond de vergadering daarheen twaalfduizend man uit de krijgslieden met het bevel: Gaat, en slaat de inwoners van Jabes in Gilead met de scherpte des zwaards, ook de vrouwen en de kinderen.
021:011Maar doet het aldus: slechts al de mannen, en al de vrouwen die gemeenschap met een man hebben gehad, zult gij met de ban slaan.
021:012En zij troffen onder de inwoners van Jabes in Gilead vierhonderd meisjes aan, maagden die geen gemeenschap met een man hadden gehad, en zij brachten dezen naar de legerplaats te Silo, in het land Kanaan.
021:013Daarna zond de gehele vergadering een boodschap tot de Benjaminieten, die op de rots Rimmon waren, en kondigde hun vrede aan.
021:014Toen keerde Benjamin terug, en men gaf hun de vrouwen, die men uit de vrouwen van Jabes in Gilead in leven had gelaten. Toch waren er nog niet genoeg voor hen.
021:015Het volk had echter medelijden met Benjamin, omdat de Here een breuk had geslagen onder de stammen van Israel.
021:016Daarop zeiden de oudsten der vergadering: Hoe kunnen wij aan de overgeblevenen vrouwen verschaffen? Want de vrouwen zijn uit Benjamin uitgeroeid.
021:017En zij zeiden: Het erfbezit der ontkomenen moet aan Benjamin blijven, opdat er niet een stam uit Israel worde uitgewist.
021:018Maar wij kunnen hun uit onze dochters geen vrouwen geven. Want de Israelieten hebben gezworen: Vervloekt zij, wie aan Benjamin een vrouw geeft!
021:019Toen zeiden zij: Zie, jaarlijks is er een feest voor de Here in Silo, dat noordelijk van Betel ligt, oostelijk van de heerbaan, die van Betel naar Sichem loopt, en zuidelijk van Lebona.
021:020Zij gaven dan aan de Benjaminieten de volgende aanwijzing: Gaat u in hinderlaag leggen in de wijngaarden.
021:021Let dan goed op; zie, wanneer de meisjes van Silo uittrekken om reidansen uit te voeren, komt dan uit de wijngaarden te voorschijn, schaakt u ieder een vrouw uit de meisjes van Silo en gaat dan naar het land Benjamin.
021:022Mochten haar vaders of broeders komen om met ons te twisten, zo zullen wij tot hen zeggen: Geeft ze ons goedschiks, want in de strijd hebben wij niet voor ieder een vrouw veroverd. Voorzeker, gij hebt ze hun niet gegeven; anders zoudt gij schuld op u hebben geladen.
021:023En de Benjaminieten deden aldus; zij namen ieder een vrouw uit de dansende meisjes die zij roofden, keerden terug naar hun erfdeel, herbouwden de steden en gingen daar wonen.
021:024Toen gingen de Israelieten vandaar weg, ieder in het verband van zijn stam en geslacht; zij vertrokken vandaar ieder naar zijn erfdeel.
021:025In die dagen was er geen koning in Israel; ieder deed wat goed was in zijn ogen.

001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021