Boek: Exodus


001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021 022 023 024 025 026 027 028 029 030 031 032 033 034 035 036 037 038 039 040
40
040:001 De Here sprak tot Mozes:
040:002 Op de eerste dag van de eerste maand zult gij de tabernakel, de tent der samenkomst, oprichten.
040:003 Gij zult daarin de ark der getuigenis plaatsen en gij zult de ark door het voorhangsel aan het oog onttrekken.
040:004 Gij zult de tafel brengen en schikken wat erop behoort; gij zult de kandelaar brengen en zijn lampen erop zetten.
040:005 Gij zult het gouden altaar voor het reukwerk voor de ark der getuigenis zetten. Gij zult het gordijn voor de ingang van de tabernakel ophangen.
040:006 Gij zult het brandofferaltaar voor de ingang van de tabernakel, de tent der samenkomst, zetten.
040:007 Gij zult het wasvat tussen de tent der samenkomst en het altaar zetten en er water in doen.
040:008 Gij zult de voorhof rondom uitzetten en het gordijn voor de poort van de voorhof ophangen.
040:009 Dan zult gij de zalfolie nemen en de tabernakel met al wat daarin is, zalven; zo zult gij hem heiligen met al zijn gerei, en hij zal heilig zijn.
040:010 Ook zult gij het brandofferaltaar zalven met al zijn gerei; zo zult gij het heiligen, en het altaar zal allerheiligst zijn.
040:011 Ook zult gij het wasvat met zijn voetstuk zalven en het heiligen.
040:012 Dan zult gij Aaron en zijn zonen doen naderen tot de ingang van de tent der samenkomst en gij zult hen met water wassen.
040:013 Gij zult Aaron met de heilige klederen bekleden, hem zalven en heiligen, om voor Mij het priesterambt te bekleden.
040:014 Ook zijn zonen zult gij doen naderen en hen met onderklederen kleden.
040:015 Gij zult hen zalven, zoals gij hun vader gezalfd hebt, om voor Mij het priesterambt te bekleden; en dit geschiedt, opdat hun zalving voor hen tot een altoosdurend priesterschap zij in hun geslachten.
040:016 En Mozes deed dit; overeenkomstig alles wat de Here hem geboden had, zo deed hij.
040:017 Het geschiedde in de eerste maand in het tweede jaar op de eerste der maand dat de tabernakel werd opgericht.
040:018 Mozes richtte de tabernakel op, plaatste de voetstukken, stelde de planken, bracht dwarsbalken aan en richtte de pilaren op.
040:019 Hij breidde de tent over de tabernakel uit en legde het dekkleed der tent er overheen, zoals de Here Mozes geboden had.
040:020 Hij nam de getuigenis en legde die in de ark, hij schoof de draagstokken aan de ark en legde het verzoendeksel bovenop de ark.
040:021 Hij bracht de ark naar de tabernakel, hing het voorhangsel ter bedekking op en onttrok de ark der getuigenis aan het oog, zoals de Here Mozes geboden had.
040:022 Hij zette de tafel in de tent der samenkomst aan de noordzijde van de tabernakel, buiten het voorhangsel.
040:023 Hij schikte daarop het brood voor het aangezicht des Heren, zoals de Here Mozes geboden had.
040:024 Hij plaatste de kandelaar in de tent der samenkomst tegenover de tafel, aan de zuidzijde van de tabernakel.
040:025 Hij zette de lampen erop voor het aangezicht des Heren, zoals de Here Mozes geboden had.
040:026 Hij zette het gouden altaar in de tent der samenkomst voor het voorhangsel.
040:027 Hij ontstak daarop welriekend reukwerk, zoals de Here Mozes geboden had.
040:028 Hij hing het gordijn voor de ingang van de tabernakel op.
040:029 Het brandofferaltaar zette hij bij de ingang van de tabernakel, de tent der samenkomst, en hij offerde daarop het brandoffer en het spijsoffer, zoals de Here Mozes geboden had.
040:030 Hij zette het wasvat tussen de tent der samenkomst en het altaar en hij deed er water in voor de afwassingen.
040:031 Mozes en Aaron en diens zonen wiesen daarmee hun handen en hun voeten.
040:032 Wanneer zij kwamen in de tent der samenkomst en wanneer zij naderden tot het altaar, wiesen zij zich, zoals de Here Mozes geboden had.
040:033 Hij richtte de voorhof op rondom de tabernakel en het altaar, en hij hing het gordijn voor de poort van de voorhof op. Zo voleindigde Mozes het werk.
040:034 En de wolk bedekte de tent der samenkomst, en de heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel,
040:035 Zodat Mozes de tent der samenkomst niet kon binnengaan, want de wolk rustte daarop, en de heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel.
040:036 Wanneer de wolk zich verhief van boven de tabernakel, braken de Israelieten op, op al hun tochten.
040:037 Maar indien de wolk zich niet verhief, dan braken zij niet op tot de dag, dat zij zich verhief.
040:038 Want op de tabernakel rustte des daags de wolk des Heren, en des nachts was er een vuur in voor de ogen van het gehele huis Israel, op al zijn tochten.

001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021 022 023 024 025 026 027 028 029 030 031 032 033 034 035 036 037 038 039 040